Muziekdebat VUB Brussel
Afgelopen woensdag was ik aanwezig op een muziekdebat, dat georganiseerd werd door twee studentenverenigingen van de VUB in Brussel. Onderwerp van het debat was de toekomst van de muziekindustrie: hebben we in een tijd van internet en illegale downloads te maken met een revolutie of een anarchie?
Het debat werd gemodereerd door Peter Van Tieghem, de chef cultuur van De Standaard. Bij de sprekers waren verschillende actoren uit de muziekbranche vertegenwoordigd:
- Jonathan Vandenbroeck, alias Milow, vertegenwoordigde de muzikanten. Vooral interessant is dat hij alles in eigen beheer doet en geen manager heeft. Hij heeft alleen een booker.
- Herman Schueremans is bekend als organisator van Rock Werchter en de CEO van Live Nation. Hij vertegenwoordigde het goed boerende live circuit.
- Olivier Maeterlinck naam een plaatsje in als vertegenwoordiger van het pas opgerichte BEA (Belgian Entertainment Association), dat waakt over de belangen van de Belgische games-, muziek- en videoindustrie. Deze avond sprak hij vooral in naam van de platenmaatschappijen, de majors, maar ook een heel aantal independents die bij deze associatie zijn aangesloten.
- Maarten Quaghebeur, de man achter Rock’oco en de voorzitter van de muziekmanagersfederatie Mmaf was ook van de partij.
- Tenslotte vertegenwoordigde prof. Katia Segers de academische wereld (die uiteraard niet mag ontbreken op een debat dat door universiteitsstudenten wordt georganiseerd).
Het debat duurde tweeënhalf uur en er kwamen uiteraard heel wat dingen aan bod. Ik probeer de belangrijktse zaken op een rijtje te zetten.
- Vooral Milow noemde een aantal interessante cijfers. Hij financierde zijn eerste album (dat dateert van voor zijn grote hit ‘You don’t know’) zelf en betaalde hiervoor € 15.000. Hij had uitgerekend dat hij tussen de 1600 en 2500 albums moest verkopen om break-even te zijn. Dat is hem ook gelukt, nu zeker met zijn succesvolle tweede album (waarvoor hij iets meer geld uitgaf). Hij heeft natuurlijk het grote voordeel dat hij alleen werkt, waardoor ook alle opbrengsten naar hem alleen gaan en niet naar andere groepsleden. Hij sloot een distributiecontract waardoor 75 % van de cd-verkoop en de online verkoop naar hem gaat. Hij verkoopt zijn cd’s ook zelf na optredens en dan strijkt hij de volle 100 % op. Uiteraard moet hij wel zijn muzikanten en een eventuele tourmanager zelf betalen. De keerzijde van de medaille is dat hij voor een tour naar Nederland met 9 concerten, per concert € 1.000 toesteekt (een totaal dus van € 9.000!).
- Daarmee komen we bij de problematiek dat Vlaamse groepen zo moeilijk doorbreken in het buitenland. Daarover had Herman Schueremans wel wat te vertellen. Hij merkte op dat Vlaanderen de laatste dertig jaar ontzettend was gegroeid en geprofessionaliseerd op het vlak van concertorganisatie. Vroeger was er niets, nu is er bijna in elk dorp een zomerfestival, waarbij zelfs een zogenaamd ‘boerenfestival’ beter georganiseerd is dan eender welk festival in Duitsland… Uiteraard was Herman ook (terecht, denk ik) trots op zijn eigen Rock Werchter, dat Vlaanderen op de wereldkaart heeft gezet. Hij constateerde echter dat de Vlaamse artiesten niet zijn meegegroeid in die evolutie. Ze blijven te veel onder hun kerktoren zitten en vinden het makkelijker om in eigen land in de culturele centra te gaan spelen dan het internationaal te proberen. Milow merkte daarbij nog op dat het allicht mentaal moeilijk is voor een groep als Ozark Henry, die voor een volle Lotto Arena speelt en ondertussen omringd is door een heel entourage, om dan weer met vijf in een busje te gaan kruipen om door Frankrijk te gaan touren…
- Er werd ook benadrukt dat het contact tussen de muzikanten zo belangrijk is. Schueremans wil eigenlijk graag demo’s opsturen van onze groepen naar de grote muzikale helden van het moment, in de hoop op die manier een tour als support te versieren. Uiteindelijk bepalen de muzikanten wie er in hun voorprogramma speelt. Dat werd nog maar eens in de praktijk bewezen door Milow, die door met de bassist van Bløf (really big in Nederland) te sms’en aan concerten in Nederland was geraakt.
- Historisch gezien ook een aantal interessante vaststellingen, voornamelijk van Katia Segers, maar ook aangevuld door andere panelleden. De grote revoluties in de muziekgeschiedenis waren eigenlijk het ontstaan van het notenschrift in de 11de eeuw en de ontwikkeling van de geluidsdragers rond 1900. Dit zorgde voor een enorme explosie in de verspreiding van de muziek, omdat de voorheen unieke (en schaarse) ervaring oneindig kon gereproduceerd worden via een geluidsdrager, eerst op vinyl, dan cassette, dan cd en uiteindelijk mp3 en internet. Segers vond het nog te vroeg om uit te maken of internet zo’n revolutionair kantelpunt is. Mylo vond alleszins de komst van de cd een belangrijk moment. Het zorgde voor een zodanige stijging in de verkoop dat de industrie er veel te kwistig is mee omgegaan, er veel rommel uitgebracht werd en het geld langs alle ramen werd buitengegooid. Daarvan voelt de platenindustustrie nu de weerslag. Olivier Maeterlinck benadrukte vooral het belang van de mp3. Omdat muziekbestanden ineens twaalf keer kleiner gemaakt konden worden, werden ze ook veel gemakkelijker uitgewisseld. P2P-netwerken op het internet zorgden enkel maar voor een nog makkelijke verspreiding van deze technologische innovatie. Katia Segers stelde twee belangrijke tendensen vast die het internet mogelijk hebben gemaakt. Ten eerste is er de overstijging van tijd en ruimte. Muziek is nu altijd beschikbaar en overal, van Brussel tot China tot Venuzuela. Bovendien is direct contact tussen fans en artiesten nu echt mogelijk. De alomtegenwoordigheid van muziek heeft ervoor gezorgd dat muziek als cultureel goed bijna een publiek goed is geworden (in tegenstelling tot wanneer je een taartje koopt: als het op is, is het weg, een cd of een mp3 kan je eindeloos opnieuw spelen). In het verleden heeft de muziekindustrie steeds een artificiële schaarste gecreëerd (door een beperkt aantal albums en artiesten te distribueren). Door het internet is die schaarste nu verdwenen en dat zorgt ervoor dat het businessmodel van de muziekindustrie helemaal moet herdacht worden. Dankzij internet is er nu veel meer vrijheid en democratie, maar Segers waarschuwde dat deze ‘vrijheid’ en ‘democratie’ wel nog steeds door de industrie worden genavigeerd. Denken we maar aan de verhalen van Arctic Monkeys en Lilly Allen.
- Tenslotte vermeld ik nog het pleidooi van Olivier Maeterlinck, die duidelijk het nieuwe standpunt van de IFPI, de internationale organisatie van de platenfirma’s, verkondigde. Hij wees erop dat het illegale downloaden fundamenteel oneerlijk is tegenover de creëerders van muziek (de muzikanten én de financierende instanties zoals platenmaatschappijen). Die hebben immers geen geld verdiend aan deze praktijken. Tegenwoordig wijzen de platenmaatschappijen echter niet zozeer met een vermanende vinger naar de downloaders en muzieksharers. Het zijn de ISP’s (internet service providers) die met de poen zijn gaan lopen. De Telenets en Belgacoms van deze wereld hebben massa’s geld verdiend met het openstellen van hun netwerken voor dergelijke P2P-activiteiten. Maeterlinck pleitte er dus voor dat zij, na al die jaren de ogen te hebben gesloten, de rechthebbenden eens zouden gaan vergoeden. Milow was het eens met die analyse, maar bestempelde het als stuiptrekkingen van het vroegere systeem. Hij kijkt duidelijk volop naar de toekomst…
2 comments maart 16, 2008